Skip links
Burgemeester

“Ik hoop een rolmodel te zijn voor alle genders door te laten zien hoe je als burgemeester mensen kunt verbinden”

Share

‘Deze stad geeft me het gevoel dat ik omarmd word’, vertelt Fleur Gräper, sinds 21 januari 2026 burgemeester van Tilburg. Tijdens kennismakingsrondes ontmoette ze veel ondernemers. Ze begrijpt dat die willen innoveren en experimenteren en dat juicht ze toe. ‘Maar als overheid ben je ook altijd een beetje de scheidsrechter.’ Hoe dat zit, legt ze uit. Ook vertelt ze over het nut van de waaromvraag.   

 

Tekst: Sara Terburg – Fotografie: Thomas Segers

 

U heeft aan de Rijksuniversiteit Groningen geschiedenis gestudeerd met bijvakken zoals economie, internationaal recht, internationale betrekkingen en politicologie. Welk beroep wilde u gaan doen?

‘Mijn vader was parlementair journalist. Dus de politiek was nooit heel ver weg bij ons thuis. Als 14-jarige ging ik met mijn middelbare schoolklas naar het Europees Parlement in Brussel. We kregen als leerlingen een land en een politieke partij toegewezen en moeten samen nadenken over hoe we de wereld beter konden maken. Dat vond ik heel interessant en uitdagend. Het spel sprak me aan; dat je moet nadenken over hoe je verschillen kunt overbruggen om tot oplossingen en compromissen te komen en tegelijkertijd je eigen positie moet bewaken.’

 

‘In de eerste plaats koos ik voor Geschiedenis, omdat ik het een leuke studie vond. Ik wilde politicus worden. Tijdens mijn studie leerde ik dat er niet zoiets bestaat als politicus worden. In de politiek draait het om kansen pakken, niet om  het volgen van een bepaald carrièrepad. Je moet ingebed raken in een politieke partij, leren van partijgenoten. En dan brengen die je verder. Ik werd als student politiek actief bij D66. Daar trof ik veel historici die politicus waren, dus ik ontdekte dat het geen vreemde studiekeuze was.’  

 

Wanneer wist u: ik wil burgemeester worden?

‘Ongeveer een jaar geleden. Voor ik in 2024 staatssecretaris werd, is me meerdere keren gevraagd of ik me wilde oriënteren op het burgemeesterschap. Als staatssecretaris realiseerde ik me hoe leuk ik het representatieve vond. Ik concludeerde dat het burgemeesterschap toch wel bij mij past. Ik heb toen met een aantal burgemeesters een dag meegelopen en dacht: dit is toch wel echt heel leuk. Ik ontdekte hoe burgemeesters zich verhouden tot de raad en het college, hoe de balans is tussen representatie en inhoud, wat de portefeuille openbare orde en veiligheid inhoudt. En toen kwam Tilburg langs en bleek zowel de stad als de opgaaf waar deze voor staat bij mij te passen.’

 

Waarom zijn Tilburg en u een goede fit?

‘Ik woonde in Groningen, kende Tilburg niet. Voor ik besloot te solliciteren, heb ik de stad bezocht om te kijken of het een stad is waar ik me thuis kan voelen. Dat was zo, dus ben ik me ook op de inhoud gaan oriënteren. Tilburg heeft een aantal vraagstukken waarin ik iets kan toevoegen, want Tilburg is niet alleen een studentenstad met veel dynamiek, maar ook een stad met grote verschillen tussen arm en rijk en een stad die zich afvraagt: wie zijn we precies en: hoe gaan we ons positioneren?’

 

Wat zijn uw doelen als burgemeester?  

‘Ik weet dat ik heel veel nog niet weet van Tilburg, wil niet te snel conclusies trekken en heb dan ook nog geen doelen gesteld. Tilburg is een stad van serieuze omvang met waardevolle kansen zoals grote kennisinstellingen en veel ondernemers die zich vooruitstrevend inzetten. Tilburg maakt zichzelf vaak heel klein. Ik kreeg vaak de vraag of ik meer van Breda ben of meer van Eindhoven. Alsof er zijn voor Tilburg niet genoeg is! De vraag is volgens mij: hoe verhouden we ons als regio ten opzichte van de Randstad, het Ruhrgebied en de Vlaamse Ruit?’

 

‘Als regio heeft Brabant buitengewoon complementaire karakteristieken die we beter kunnen verbinden. Daarin kan mijn kracht liggen. En Tilburg mag zijn zelfstandige kracht opeisen. Er wordt vaak gezegd dat de stad wat trotser mag zijn. Ik merk dat Tilburg voldoende trots is. De stad mag vooral meer durven zijn wie ze is. Een doel voor mezelf is om in mijn eerste jaar met veel partijen en mensen in gesprek te gaan om scherper te krijgen wat de unieke positie van Tilburg zou moeten zijn, dus hoe we ons willen positioneren in dat speelveld vanuit onze eigen kracht.’

 

Hoe belangrijk zijn ondernemers voor Tilburg en hoe werkt de gemeente Tilburg aan een vitale en toekomstbestendige economie?

‘Tilburg is een stad met veel en breed mkb, dus met een brede basis om door te groeien. Veel ondernemers zijn erg creatief en innovatief. In Tilburg mag je leren en experimenteren. Dat is heel fijn, want het betekent dat je menselijk mag zijn. Als gemeente kunnen we flexibeler zijn in het ondersteunen van experimenten. Want alles wat nieuw is, past niet in de regels die je in het verleden hebt bedacht. Maar tegelijkertijd moeten we als gemeente waarborgen inbouwen. Want alle vernieuwingen kunnen voor overlast zorgen, dus er zit een natuurlijke rem op. Daarin een balans zoeken is een uitdaging voor de komende tijd.’

 

‘Veel ondernemers vragen voor zichzelf om maximale vrijheid, maar ze willen ook dat de concurrentie een eerlijke positie heeft. Als overheid ben je daarom ook altijd een beetje de scheidsrechter. Per definitie creëert de overheid een bepaalde mate van inefficiëntie. Dat is de prijs voor democratie. Checks and balances zijn nodig om het speelveld gelijk te houden, om te zorgen voor eerlijke concurrentie. En ja, die kosten tijd.’  

 

De vertrouwenscommissie noemde u “een vernieuwende leider met lef en het vermogen om te schakelen tussen menselijkheid en zakelijkheid. Een inspirerend boegbeeld. Zichtbaar, benaderbaar en daadkrachtig.” Waar heeft u deze kwaliteiten ontwikkeld? En waar moet een burgemeester volgens u goed in zijn?

 ‘Dit zijn andermans woorden hè, dus bij hen ligt de bewijsvoering, haha. Waar een burgemeester volgens mij vooral goed in moet zijn, is schakelen tussen al die rollen. Ik kan op één dag een ingewikkeld gesprek hebben met de staf veiligheid, een bezoekje aan een 100-jarige, een ondernemerslunch, het knippen van een lintje en als afsluiter een raadsvergadering. Kunnen schakelen tussen al deze rollen is een belangrijke vaardigheid voor een burgemeester.’

 

‘De rol van burgemeester is binnen het gemeentehuis best een eenzame rol, dus ik ben blij met de verschillende intervisiegroepen waar ik deel vanuit maak, zoals een burgemeesterskring, een burgemeestersklas van het Genootschap van Burgemeesters en een appgroep met burgemeesters van D66.’  

 

Lag er een draaiboek klaar voor uw inwerkperiode?

‘Vlak nadat ik hoorde dat ik de functie kreeg, ben ik me achter de schermen gaan inwerken in Tilburg. Tijdens die dagen, in november en december, spraken we over wat ik belangrijk vind en over hoe ik mezelf wil neerzetten. Op basis daarvan kreeg ik een voorstel voor een inwerktraject dat zou starten direct na mijn benoeming, een draaiboek dus.’

 

‘Tot 21 januari heb ik me ingelezen in lopende dossiers, met name in het domein van de openbare orde en veiligheid. Vanaf mijn benoeming startte mijn openbare inwerktraject in de stad. Ik ben begonnen met flitsbezoeken, bijvoorbeeld aan de fracties, zodat ze vragen konden stellen en me een beetje konden leren kennen. Sinds de verkiezingen heb ik 1-op-1-afspraken met de raadsleden. Ook mijn eerste bezoeken aan ondernemersclubs, de cultuursector en organisaties die zich bijvoorbeeld bezighouden met vieren en herdenken waren vrij kort. Nu bezoek ik dit soort instellingen uitgebreider en bezoek ik ook alle stadsdelen en dorpen uitgebreider. Ik verwacht nog een jaar bezig te zijn met alle kennismakingstrajecten. Ik vind het erg leuk om te doen en wil Tilburg in alle facetten leren kennen.’ 

 

Wat maakt het zo leuk, het leren kennen van Tilburg in al haar facetten?

‘De mensen maken dat ik me heel welkom voel. Het voelt heel fijn om hier burgemeester te kunnen zijn. Tilburg is een supersociale stad met heel veel initiatieven en heel veel mensen die continu om zich heen kijken naar hoe ze iets niet alleen voor zichzelf beter kunnen maken, maar ook voor hun buren, buurt of vereniging. Ik heb veel ondernemers ontmoet die niet alleen bezig zijn met hun eigen onderneming, maar juist ook kijken naar hoe ze een bijdrage aan de stad kunnen leveren. Dat het shirt van Willem II niet 1 sponsor heeft, maar een groep sponsors is daar goed voorbeeld van.’

 

‘Ik ben trouwens een enorme voetbalfan, weliswaar van FC Groningen, maar ik kan van mijn twee kinderen houden, dus ik kan ook van twee voetbalclubs houden. Ik kijk sowieso graag naar alle sport en ben ook al bij ijshockey, hockey en atletiek geweest.’

 

U bent de eerste vrouwelijke burgemeester van Tilburg, vindt u het belangrijk om in die zin een rolmodel te zijn?

‘Ik hoop dat het er inmiddels niet meer toe doet of ik vrouw of man ben, maar dat het gaat over hoe ik het doe. Ik doe het op mijn manier, of dat een vrouwelijke manier is, geen idee. Tegelijkertijd merk ik ook dat het wel belangrijk is, bijvoorbeeld voor kinderen om te zien dat een vrouw burgemeester kan worden. Ik ging voorlezen op een basisschool. Ik liep de gymzaal binnen waar kinderen op mij zaten te wachten. Er sprong een meisje op. Ze zei: “ze is écht een meisje”. Dus in die zin is het wel belangrijk dat ik een vrouw ben. Je kunt alleen maar worden wat je weleens gezien hebt.’

 

‘Verder hoop ik vooral een rolmodel te zijn voor alle genders door te laten zien hoe je als burgemeester mensen kunt verbinden. En ik vind dat we vooral vaker de waaromvraag moeten stellen. Veel mensen die ergens tegen zijn, beschermen een waarde die voor hen belangrijk is. Ze zijn ergens voor. Als je de waaromvraag stelt en ontdekt wat die waarde is, kun je die meenemen in jouw afweging. Want die waarde staat heel vaak niet ter discussie. Vaak staan groepen tegenover elkaar vanuit dezelfde waarde. Zoals in de discussie over het tekort aan woningen. Ouders willen dat hun kind een fijne woonplek kan vinden. Ze wijzen naar andere groepen die dit zouden tegenhouden. Maar die andere groep is voor een deel met dezelfde zoektocht bezig.’

 

‘Ook in mijn eigen gemeenteraad is de waaromvraag nuttig. Dan ligt er een bepaald voorstel van een partij en denken leden van een andere partij dat ze er echt niet mee akkoord kunnen gaan. Als er dan doorgevraagd wordt, naar het waarom en het doel achter een voorstel, dan zie ik dat partijen in beweging komen en samen tot een voorstel komen dat wel voldoende steun krijgt. Ik denk dat het ons als samenleving zou helpen als we wat vaker die waaromvraag zouden stellen om te kijken naar wat ons verbindt.’

 

Dit is een artikel uit Tilburg Insight Editie #3. Lees het hele magazine hier.